Lezersrecensie
Over het afscheid van het aardse bestaan (George Saunders, Lincoln in de Bardo)
Lincoln in de Bardo is het ontroerende verhaal van President Lincoln die de graftombe van zijn elfjarige zoon Willie bezoekt. Willie is net overleden en zijn vader is ontroostbaar. We lezen over dit bezoek vanuit het perspectief van de talloze doden die op de begraafplaats ronddwalen en nog te zeer aan het leven hechten zijn om afscheid van het aardse bestaan te nemen. De kritische lezer moet Saunders beroep op klassieke categorieën even tussen haakjes zetten, zoals het idee dat Willie zijn dode lichaam verlaten heeft en als geest ronddwaalt over het kerkhof, of het idee dat hij weer in zijn eigen lichaam kan kruipen als zijn vader het graf openmaakt om zijn dode lichaam nog een keer in de armen te houden, of het idee dat de dode geest in het lichaam van zijn vader kan treden om te ervaren wat hij voelt en denkt. Hoe problematisch ook, dat is het punt niet…
Willie geniet van de aanraking door zijn vader en besluit op het kerkhof te blijven. Hij kan geen afscheid nemen van zijn verblijf op aarde omdat de aanraking door zijn vader getuigt van een symmetrie tussen levenden en doden die de ronddwalende doden op het kerkhof gelukkig maakt. “Het was het idee, simpelweg het idee, dat iemand… uit dat andere oord… dat iemand uit dat andere oord zich verwaardigde … Het waren de áánrakingen die ongebruikelijk waren… De wijze waarop hij hem vasthield, het talmen, de lieve woorden die hij rechtstreeks in zijn oor fluisterde? Mijn hemel! Mijn hemel!... Zo liefdevol, zo toegenegen te worden aangeraakt, alsof men nog immer… gezond is. … alsof men nog immer genegenheid en respect waardig is? het was opbeurend. Het gaf ons hoop. … Wellicht waren wij toch niet zo onbeminbaar als wij waren gaan denken” (72-75). Heft deze ervaring niet de diepe asymmetrie tussen levenden en doden op? Niet per se, want juist doordat Willie opgaat in de symmetrie tussen levenden en doden – uiteindelijk treedt hij bij zijn vader binnen, ervaart het diepe verdriet van zijn vader, en daarmee de getuigenis van de onomkeerbaarheid van zijn dood – ervaart hij de onherroepelijke asymmetrie tussen leven en dood. Die ervaring van asymmetrie doet hem besluiten definitief te onthechten van het leven en afscheid te nemen van het aardse bestaan.
Daarmee wordt echter een begrip van het menselijk bestaan als besluitvaardig wezen geïntroduceerd dat problematisch is. Enerzijds wordt de menselijke besluitvaardigheid afgewezen op het niveau van het aarde leven – Willie sterft niet door eigen besluit maar door een ziekte – maar anderzijds omarmt op het niveau van de nog rondwarende geest na zijn dood. Als we al aannemen dat een geestelijk leven na de dood van het lichamelijk bestaan mogelijk is, wat ik in het geval van een roman niet persé problematisch vind, dan ligt het niet voor de hand dat de decentrale positie van de menselijke besluitvaardigheid tijdens het leven plotseling plaatsmaakt voor een centrale positie van menselijke besluitvaardigheid na de dood. Het problematische van het boek is uiteindelijk dat het afscheid van het aardse bestaan zich überhaupt niet ophoudt in het domein van menselijke besluitvaardigheid. (voor meer blogs over literatuur en filosofie: https://vincentblok.wordpress.com/)