Lezersrecensie

Goedheid als aangeboren natuur


VincentBlok VincentBlok
4 mrt 2020

De verhalen van Saunders kunnen stuk voor stuk gelezen worden als levenslessen in ethisch handelen. In verschillende verhalen over arme mensen aan de zelfkant van het leven in de Verenigde Staten laat hij zien “dat goedheid niet alleen mogelijk is, maar onze aangeboren natuur is” (dankwoord). Tegelijkertijd laat het boek goed zien dat die goedheid altijd verkeerd geïnterpreteerd kan worden en zelfs tot slechte daden leiden kan, zonder iets van die aangeboren goedheid in te boeten.

Zo gaat het verhaal Puppy over een vrouw die een slechte jeugd heeft gehad en besluit uit liefde voor haar kinderen een puppy te kopen. Als zij aankomt bij het adres dat de puppy in de aanbieding heeft ziet zij een huis van hillbilly’s met een vrouw die haar kind aan de ketting heeft liggen in de tuin. Ze herinnert zich haar eigen mishandeling als kind en besluit de hond niet te nemen en de kinderbescherming te bellen. Daarmee denkt ze het goede te doen. Wat ze niet weet is dat de vrouw een liefdevolle moeder is die houdt van haar man en haar kind zoals ze zijn. Haar zoon is een woeste, misschien wel gestoorde maar in elk geval onhandelbare jongen die de boel in huis afbreekt maar gelukkig is als hij buiten mag spelen. Daarom laat zij hem buiten spelen en bindt ze hem alleen vast met een ketting aan een boom omdat hij de neiging heeft om uit te breken, met alle gevaarlijke situaties die dat tot gevolg kan hebben en hem kunnen beschadigen en verwonden. Net zo is de puppy te koop omdat haar man hem dreigt te verdrinken zoals hij vanaf zijn jeugd al gewoon is te doen met overtollige dieren. Uiteindelijk besluit ze hem alleen achter te laten in een maisveld, en net te doen alsof zij de hond heeft verkocht. Goedheid is de aangeboren natuur van beide vrouwen, en hoewel die goedheid verkeert geïnterpreteerd kan worden – je kunt je afvragen of vluchtgedrag legitimeert om een kind vast te binden – dat doet aan de aangeboren goedheid van de moeder niets af.

De verhalen zijn lessen in het opschorten van je oordeel en onderzoeken van diepere gronden van het gedrag van mensen, lessen die ons in eerste instantie begaanheid met andermans noden leren. Zo gaat het laatste verhaal, Tien december, over een oudere schizofrene man die in pyjama het ziekenhuis ontvlucht om buiten in de kou te sterven, maar gered wordt door een spelende jongen die in zijn reddingspoging zelf dreigt te sterven van de kou. In zijn poging de jongen op zijn beurt te redden beseft de man dat hij bang was zijn waardigheid te verliezen en daarom dood wilde. In zijn reddingspoging ervaart hij tegelijkertijd dat er nog zo veel goedheid en geluk voor hem in het verschiet liggen. “Kijk. Zo kon je iets betekenen. Hopelijk voelde het joch zich nu niet meer zo rot. Had hij daarvoor gezorgd? Dat was een reden. Om nog niet de pijp uit te gaan. Toch? Je kunt niemand meer troosten als je eenmaal de pijp uit bent. Je kunt helemaal niks doen als je er niet meer bent” (271). Zoals de jongen zich nog helemaal niet bewust is van zijn goedheid en opgaat in het spel totdat de man zijn begaanheid met hem wakker schudt, zo ziet de oude man geen rol meer voor zijn goedheid weggelegd tot de jongen zijn begaanheid met hem nieuw leven inblaast. Daarin maakt gesteggel over de vraag of de mens wel of niet van nature goed is plaats voor de menselijke begaanheid met de ander als zin van het leven. Wat een levensvatbare uitspraak: “Je kunt niemand meer troosten als je eenmaal de pijp uit bent”.(meer filosofie en literatuurblogs: https://vincentblok.wordpress.com/)

Reacties

Meer recensies van VincentBlok

Boeken van dezelfde auteur