Lezersrecensie
De lieve leugenaar
Hondstrouw is hij, de zeventigjarige Jerry Kirschenbaum. Al zo’n vijftig jaar samen met zijn Ruth, de vrouw die hij letterlijk op handen heeft gedragen toen zij elkaar leerden kennen. Nog steeds draagt hij haar op handen, al is het inmiddels figuurlijk. Ze hebben een zoon van veertig, hun enig kind. De jongen heeft het syndroom van Down, en kan af en toe verrassend scherp uit de hoek komen. Hun oogappel, Andy, voor wie zij een ideale woonomgeving hebben gecreëerd. Een luxe oase in de wildernis van het achterland, met een-op-een begeleiding en zorg.
Kirschenbaum is handelaar op Wall Street, New York City. Zijn klantenkring bestaat vooral uit rijke Joodse heren, mannen die vaak een succesvol leven achter de rug hebben. Het is een gunst als je toegelaten wordt tot Jerry’s handelsparadijs, als je mag meeprofiteren van de enorme winsten die hij al dertig jaar weet te genereren voor zijn clientèle. Af en toe gedoogt hij buitenstaanders: Saoedische prinsen, beheerders van grote Italiaanse pensioenfondsen, van Het Vaticaan. En ook oudere Joden, mensen met een karig pensioen die al hun hoop op Hem, Jerry, hebben gevestigd. Er zijn ook minder gelukkigen. Abby Friedland bijvoorbeeld, ex-landbouwmagnaat. Hoe hij Jerry ook smeekt ‘mee te mogen doen’, Kirschenbaum is onverbiddelijk. Of Ariël Panrath, de ijskastenkoning. Wat zal die laatste uiteindelijk spijt hebben gehad, toen hij tegen wil en dank toch door Jerry tot diens portefeuille werd toegelaten, juist voor de val. De afgelopen decennia zijn de boeken van Kirschenbaum and Son meerdere malen gecontroleerd door het equivalent van de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten. Daarbij blijkt het kantoor keer op keer een van de meest onberispelijke praktijken te hanteren die zo’n dienst zich wenst. Zulke winsten die zij, zelfs tegen de stroom in, weten te realiseren. Jerry Kirschenbaum is een Gods wonder, en nog buitengewoon aardig bovendien.
Ruth Kirschenbaum houdt zich ondertussen bezig met goede doelen. Sponsoring èn bemoeienis. Daarnaast verzamelt zij schilderijen. Zelfs de meest onbenullige werkjes worden aangekocht, zolang de vraagprijs maar hoog is. Jerry heeft ook een zwak, en wel voor automatons. Van die opwindbare machientjes die vanaf de zestiende eeuw werden geproduceerd ter vermaak van de ultra-riche. Vogeltjes die schoon zingen nadat je ze hebt opgewonden, die subtiel hun vleugeltjes bewegen. Zodoende blijft het geld rollen in huize Kirschenbaum.
Vele crisissen heeft Jerry al overleefd, maar bij de crash van 2008 gaat het fout. Niet dat de vier Koreanen Jung hun werk niet goed doen. Hun Cherry-toetsenborden ratelen als bezetenen, de vijftig IBM-printers werken op volcapaciteit en mocht er eentje doorbranden, dan staan er altijd weer nieuwe klaar om direct te worden aangesloten. Maar die Yanakis… Hij had er goed aan gedaan de briljante wiskundige niet in dienst te nemen. Waarom blijft die man wroeten? Ook zijn medewerkers, zijn matig gekwalificeerde, riant betaalde medewerkers… Zij raken in paniek als de eerste zelfmoorden plaatsvinden ten gevolge van de crash. Daarnaast had hij die vreemde snuiters uit het buitenland nooit moeten laten investeren in zijn fondsen. Een voor een vragen ze hun inleg terug, stante pede. Het gaat om miljarden. Als reactie op de toegenomen spanningen krijgt Jerry last van zijn ademhaling, voor het eerst in zijn leven wordt hij zenuwachtig, snapt hij de wereld om hem heen niet meer. Zijn ze allemaal gek geworden? Het gaat al zo lang goed! Troost vindt hij alleen nog bij Andy, de enige bij wie hij zijn verhaal kwijt kan/wil. Als uiteindelijk het doek valt, voelt Jerry zich bevrijdt.
Daar komen de vliegen is gebaseerd op de New Yorkse handelaar Madoff. Dat staat deze schitterende roman geenszins in de weg. Pefko presenteert een man die uit alle macht zijn milieu heeft geprobeerd te ontvluchten, die daarbij liefdevol naar zijn omgeving acteerde, mensen hielp waar hij maar kon. Een man die zelf gelooft in het onwerkelijke systeem dat hij heeft gecreëerd. Ik ga hem missen, Jerry Kirschenbaum.