Lezersrecensie

Vreemdeling, synoniem voor verminking


Eus Wijnhoven Eus Wijnhoven
25 mrt 2020

Claudia Durastanti (New York, 1984) groeit op als tweede kind van twee dove ouders. Haar moeder is ten gevolge van een ontsteking doof geworden op haar vierde, vader is zo geboren. De ouders weigeren in gebarentaal te spreken en de communicatie tussen ouders en kinderen vindt dan ook voornamelijk plaats via vage klanken. Ook de kinderen zullen nooit gebarentaal leren. Claudia is dan vooral aangewezen op haar enkele jaren oudere broer.

De Durastanti’s komen uit Basilicata, een dorpje in het arme zuiden van Italië. Opa en oma van moederszijde besluiten naar New York te verhuizen, op zoek naar een beter leven, als Claudia’s moeder zestien is. Zij blijft alleen achter, weggestopt in internaten. In die tijd ontmoet ze haar (dove) aanstaande. Vanwege beider doofheid zou hun huwelijk “iets hebben dat intiemer en diepgaander was dan liefde.” Het huwelijk is echter allesbehalve gelukkig, het wordt gekenmerkt door scherven. Na een aantal jaren vertrekken ook zij naar de VS. “Overdag bouwde mijn vader flats, ’s nachts sloopte hij huwelijken”. Echt aarden kunnen zij daar niet. Als Claudia zes jaar is, verhuist het gezin terug naar Basilicata. Moeder gedraagt zich steeds excentrieker. Vader is meestal de hort op, soms maanden achtereen. Het huwelijk houdt dan ook geen stand. Claudia blijft achter bij haar moeder, die vrouw met al haar grieven en uitspattingen. “Ze was een straatkind … gedoemd om rond te dwalen tussen de mimespelers, de schilders en al die bourgois en misvormde Olivers Twist …”

“Tegen het eind van de middelbare school werd ik overvallen door een hysterische vorm van eenzaamheid, ik verdween uit het openbare leven en sloot mezelf hele dagen in huis op.” Als geen ander beseft ze dat het allesbehalve een doorsnee situatie is waarin zij opgroeit. Schaamte en trots strijden met elkaar.
Na de middelbare school gaat Claudia antropologie studeren, “een voorlichtingscursus tegen stereotypen”. Ze wil haar ouders en andere gehandicapten beter leren begrijpen. En ze wil ontsnappen, vluchten uit de armoede en waanzin die haar leven tot dusverre heeft getekend.
Op haar zevenentwintigste vertrekt ze met haar vriend, een jongen waarmee zij al tien jaar een relatie heeft, naar Londen. Nauwelijks hebben ze hun vochtige appartementje in de East-End betrokken, of hij wordt overgeplaatst naar het European Space Operations Centre in Darmstadt. Claudia blijft alleen achter. Ze gaat schrijven voor een tijdschrift over onafhankelijke muziek. Langzaam maar zeker groeit ze in haar rol als journaliste, maar de eenzaamheid blijft.

“… toch voel ik me nog net zo onzeker als op de dag dat ik aankwam. Elke keer als ik in een andere wijk kom of me in het labyrint aan de overkant van de rivier waag, heb ik het gevoel dat ik het nieuwe meisje op school ben; doodsbang dat mijn kleren verkeerd zullen worden geïnterpreteerd, dat mijn ‘sociale taal’ gênant is en dat ik niet beschik over de essentiële informatie om te lachen zoals het hoort als de populairste jongen van de instelling straks een grapje maakt.”

Het autobiografische ‘De vreemdelinge’ staat letterlijk voor de inhoud van dit boek: de beschrijving van generaties ‘vreemdelingen’. Dat is begonnen bij de overgrootmoeder die haar man volgde vanuit de VS naar het arme zuiden van Italië. Opa en oma nemen vervolgens de tegengestelde route, maar zullen nooit in New York aarden. Moeder is van zichzelf al vreemd en Claudia sluit de keten (voorlopig) als vreemdelinge in Londen.

“Vreemdeling is een prachtig woord als niemand je dwingt het te zijn; de rest van de tijd is het alleen maar het synoniem van een verminking, en een pistoolschot dat we op onszelf hebben afgevuurd.”

Reacties

Meer recensies van Eus Wijnhoven

Boeken van dezelfde auteur