Lezersrecensie
In diepste wezen eenzaam
Na een meningsverschil over hun stierlijk irritante zoon Johannes trekt Hilmar Ouwenaer de deur achter zich dicht om nooit meer terug te keren naar zijn vrouw Tanneke, zijn dochters Adelien en Lea. Al eenentwintig jaar leeft hij zelfvoorzienend als een kluizenaar in een provisorisch opgetrokken verblijf in de natuur als plotseling een vriend van vroeger opduikt met de mededeling dat dochter Lea een soort babyshower geeft ter ere van de geboorte van haar zoon Phineas. Dat spreekt Hilmar allerminst aan, maar als hij verneemt dat Tanneke inmiddels een relatie met een ander heeft, slaat de twijfel toe.
Wat Hilmar niet weet is dat Johannes vlak na zijn vader het ouderlijk huis heeft verlaten. Als een ongeleid projectiel is de achttienjarige de wereld ingetrokken zonder ooit nog iets van zich te laten horen. Maar juist voordat het feest bij Lea thuis zal plaatsvinden, duikt de zwerver op bij Adelien.
De vrouwen zijn zoals zo vaak de stabiele factor in huize Ouwenaer. Adelien is inmiddels wetenschapper en Lea is steevast ‘zwangerschapsgeil’. Tanneke heeft een nieuwe liefde gevonden in een promiscue kroegeigenaar. Maar schijn bedriegt. Evenals dat van Hilmar en Johannes wordt hun leven in diepste wezen getekend door eenzaamheid.
Adelien neemt Johannes in huis en probeert hem enigszins te fatsoeneren. Binnen een paar dagen is de situatie echter niet langer houdbaar, waarop ze hem op straat zet. Dan begeeft hij zich naar Lea.
“Onwetend van het drama dat zich de komende dagen zal voltrekken aan Distelvlinderlaan nummer 38, zit de familie Auken aan de eettafel te genieten van het samenzijn en van de laatste restjes spaghetti, restjes die nog vlug-vlug verdwijnen in de gretige monden die het te druk hebben met praten en lachen.”
Lea en haar partner Rinus Auken vormen met hun kinderen op het oog tot dan een modelgezin. Binnenkort zal hun porseleinen wereldje er echter aan moeten geloven.
Neerlandicus Sophie Tak heeft met ‘Phineas’ feest’ een krachtig debuut geschreven waarin het verhaal vanuit het perspectief van vijf verschillende kanten tot leven komt. Een voor een pelt ze de verschillende karakters af als een ui. Aan het einde van het boek lijkt er toch nog één sprankje hoop te gloren, voor twee van de Ouwenaers dan toch. Of is ook dat tenslotte een illusie?