Lezersrecensie
Van top naar flop
Als voormalig amateurwielrenner kent journalist Thijs Zonneveld het wielrennen van haver tot gort. Hij schrijft voor het Algemeen Dagblad columns over deze tak van sport en als wieleranalist en commentator is hij regelmatig op de televisie te zien en te horen. Daarnaast heeft hij een aantal boeken over deze sport geschreven. Een daarvan is de in 2016 verschenen biografie Thomas Dekker – mijn gevecht. Centraal in dit boek staan thema’s als doping, drank en vrouwen.
Het verhaal van/over Dekker begint op een moment dat hij op een bed in een donkere hotelkamer ligt en er een dikke naald van infuus in zijn arm steekt. Deze weergave van zijn eerste ervaring met bloeddoping, want dat is waar de lezer meteen getuige van wordt, leest als de start van een spannend jongensboek. Zonneveld zet in dit eerste korte hoofdstuk een duistere sfeer neer die in een thriller niet zou misstaan. Natuurlijk gaat hij daar niet mee door, het is immers een biografie en daarin gaat het om het verhaal dat Thomas Dekker te vertellen heeft en niet om een bepaalde vorm van spanning op te roepen.
Om een goed beeld van de persoon achter Dekker te geven, komt de lezer vervolgens te weten hoe zijn jeugd is geweest en hoe het gekomen is dat hij voor het wielrennen gekozen heeft. Dit alles wordt niet heel uitgebreid uit de doeken gedaan, het is immers niet de essentie achter de biografie, maar ruim voldoende om te weten dat de voormalig wielrenner in feite geen ontspoorde jeugd heeft gehad. Dat kwam later pas, maar, zo valt uit zijn relaas op te maken, begon dat op de middelbare school. Hij gaf namelijk meer om wielrennen dan om schoolprestaties. In zijn tak van sport was hij goed, werd hij steeds beter en daar was hij zelf ook van overtuigd. Hij was, en dat erkent hij later in zijn verhaal ook wel, arrogant. Hij spiegelde zich, hoewel hij op dat moment nog maar junior was, aan gevierde vedetten, die natuurlijk diezelfde hooghartige uitstraling hadden.
De profcarrière van Dekker begon bij de Rabobankploeg, waar hij kennismaakte met bekende namen, waaronder zijn grote voorbeeld Michael Boogerd. Eerst bij de junioren, later bij de elite. En dan beginnen ook zijn avonturen met doping, drank, drugs en vrouwen. Wanneer Dekker hierover vertelt neemt hij wat zijn dopinggebruik geen blad voor de mond, hij noemt namen, maar ontziet ook zichzelf niet. Want, zo geeft hij toe, hij is uiteindelijk zelf degene die voor zijn eigen daden verantwoordelijk is. Niemand heeft hem immers gedwongen ertoe over te gaan, ze hebben hem alleen maar de juiste weg gewezen.
Behalve over zijn snelle opkomst als wielrenner gaat de biografie ook over de val van Dekker, dat, als je het goed bekijkt, in net zo’n hoog tempo verliep. Hij probeert nog wel een paar keer terug te komen op het hoogste niveau, maar dat mislukt jammerlijk. Niet in de laatste plaats door zijn eigen, voor hemzelf desastreuze, gedrag en handelwijze. In de loop der jaren, maar dat vertelt hij aan het eind van zijn relaas, is hij door schade en schande wijzer geworden, hoewel hij ook nog wel dat branieschoppertje van vroeger is. Dekker vertelt dat hij is veranderd, hij is rustiger geworden, zweert doping in de wielrennerij af en waarschuwt iedere jongere wielrenner om hier nooit aan te beginnen.
Door wat Dekker in Thomas Dekker - mijn gevecht vertelt, krijgt de lezer een goed beeld van wat zich destijds in de wielersport afspeelde. Zonneveld heeft dit allemaal mooi verwoord en in een bijzonder leesbaar boek samengebracht. Over de mens Dekker kom je echter niet zo heel erg veel te weten, wel over de misstappen die hij allemaal heeft gemaakt. En daar gaat het in wezen in dit boek ook om.