Lezersrecensie

Bizarre en ontroerende verhalen


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
11 mrt 2020

Een paar jaar geleden noemde ik Kerets verhalenbundel "Verrassing" Kafkaiaans bizar en Kafkaiaans goed. Van zijn nieuwe bundel "Mijn konijn van vaderskant" was ik eveneens heel gecharmeerd. Alleen, bij nader inzien lijkt mij toch de vergelijking met Kafka niet zo gelukkig. Om te beginnen is "Kafkaiaans goed" mogelijk wat al te jubelend, want bijna niemand is even goed als Kafka, ook Keret niet. Maar belangrijker nog is volgens mij dat je Keret met helemaal niemand vergelijken kunt. En dat hij verhalen schrijft die niemand op dezelfde manier geschreven had kunnen hebben. Volslagen maf, surrealistisch, bizar, en vol vreemde en humoristische wendingen. En tegelijk ontroerend, vol vreemde melancholie en eenzaamheid, maar ook met verrassend vreemde, vluchtige troost.

Het titelverhaal heeft natuurlijk een wel heel opmerkelijke titel. De openingszinnen van dat verhaal blijven daarbij niet achter: "Stella, Ella en ik waren bijna tien op de dag dat papa van vorm veranderde. Mama houdt er niet van dat we 'van vorm veranderde' zeggen en staat erop dat we 'weg is gegaan' zeggen, maar het is niet zo dat we bij thuiskomst van school een leeg huis aantroffen. Tenslotte zat hij daar op ons te wachten in zijn leunstoel, glanzend in het volle wit van zijn konijnigheid, en toen we ons vooroverbogen om hem achter zijn oor te aaien, zoals papa het lekkerst vindt, probeerde hij helemaal niet weg te vluchten en krulde alleen van vreugde zijn neus op". Bij Keret kunnen mensen ook echt in konijnen veranderen, dus je weet volgens mij het hele verhaal lang niet of het hier een surrealistische metamorfose betreft of alleen een kinderfantasie. Maar hoe dan ook is de metamorfose van de vader in een konijn even treurig als troostrijk: treurig omdat het zo'n onwaarschijnlijk en onvolkomen substituut is voor de verdwenen vader, troostrijk omdat de drieling zo innig houdt van dat konijn. En dat blijft zo, tot en met het vreemde, dubbelzinnig open einde van dit verhaal. Je moet het maar kunnen, een verhaal schrijven dat zo vreemd is en toch zo ontroert. Maar Keret kan dat.

Dat liet hij al merken in het openingsverhaal, met de ook niet alledaagse titel "De voorlaatste keer dat ik werd afgeschoten uit een kanon". Dat opent met de even rare als pakkende zin: "De voorlaatste keer dat ik werd afgeschoten uit een kanon was toen Odelia ervandoor was met het kind". De ik- figuur, werkzaam in een circus als schoonmaker en niet erg gelukkig, krijgt van de circusbaas het verzoek om een menselijke kanonskogel te vervangen. Zijn tegenwerping dat hij nog nooit eerder door een kanon is afgeschoten wordt weggehoond: "Natuurlijk wel. Toen je vrouw je verliet, toen je zoon tegen je zei dat hij je niet meer wilde zien omdat je een nul bent, toen die dikke kat van je wegliep. Begrijp me, om menselijke kanonskogel te zijn, hoef je niet soepel, handig of sterk te wezen, alleen maar voldoende eenzaam en ongelukkig". Waarna het verhaal zich tragi- komisch verder ontvouwt. Met onder meer een volkomen maffe en averechtse instructie door een oude clown met een kolossale rode neus en een spuitende bloem. Met een circuspubliek dat er echt gelukkig uitziet, en met kinderlijke vreugde juicht voor de clowns en de menselijke kanonskogel. Met een even bizarre als troostrijke vlucht door de lucht van de verkeerd afgeschoten ik- figuur. Want gek genoeg is die ik- figuur even volkomen gelukkig, als hij heel hoog, net onder het zwarte wolkendek zweeft: "boven de verlaten drive- in bioscoop waar Odelia en ik vroeger films zagen, boven de speeltuin waar een paar hondenbezitters rondliepen met ritselende plastic zakjes, en daartussen ook de kleine Max, die net met een bal aan het spelen was en toen ik overvloog naar boven keek, glimlachte en naar me zwaaide, boven de Jarkonstraat, waar ik achter de vuilnisbakken van de Amerikaanse ambassade Tiger, mijn dikke kat, een duif probeerde te vangen". Even zijn ze er dus weer, zijn zoon, zijn kat, en herinneringen aan Odelia. In die bizarre vlucht van de verkeerd afgeschoten menselijke kanonskogel. Een vlucht die hij overleeft, maar ja, de titel zegt ook dat het zijn voorlaatste vlucht was....Dat klinkt behoorlijk omineus. Maar misschien is zijn laatste vlucht nog mooier dan deze voorlaatste? We weten het niet, want ook dit verhaal heeft weer zo'n dubbelzinnig open eind.

Tweeëntwintig vreemde verhalen bevat deze bundel, allemaal op andere manieren bizar en ontroerend. Smaken verschillen: mensen die niet houden van bizarre mafheid vervelen zich vanaf het eerste verhaal helemaal dood. Maar ik vermaakte mij prima, moest steeds grinniken en glimlachen om Kerets bizarre inventiviteit, en voelde mij vaak op een vreemde wijze ontroerd.

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur