Lezersrecensie
Een alternatief levenspad
Eerder las ik Koetsier Herfst (2008) en dan ben je gewaarschuwd, de personen die Charlotte Mutsaers daar en ook weer in dit boek laat optreden komen gebrekkig over (maar wat het nu precies is, zijn ze te geconstrueerd? Doen ze te vreemde dingen?). Het zijn dan ook weer meer de ideeen die getoond worden die interessant zijn.
Er is ook weer de Mutsaers constante: alles heeft een wil, de rivier, het bos, de paden erin. Ook het mes van Isi, al wordt erbij gezegd dat het mes niet zonder een willende hand kan. Schopenhaueriaans.
In ‘Moet dwalen’ is er een leidend principe, van het niet verdwaald kunnen raken als je al niet van plan bent een rechtlijnige koers uit te zetten. Dat heeft Isi, de hoofdpersoon uit het boek, dan ook niet gedaan. Dwalen is iets anders, dat is prettig en brengt je op onbekende wegen. Isi Witlamm wordt netjes geïntroduceerd als professor die de universiteit gedag zegt op zijn 55 e jaar, daarna kunstenaar wordt en vanaf zijn zestigste is hij ook daarmee gestopt om te beginnen aan zijn eigenlijke leven, waarbij liefde in het vaandel moet staan. Zijn naam Isi is afkomstig van Isidoor, de zoon van Isis, Nijlgodin (clou 1). Verder heeft hij ook in zijn werk de neiging homofiele auteurs en kunstenaars te bewonderen, zoals zijn jonge vrouw Fleur Vischbeen hem op gegeven moment verwijt, Pasolini wordt genoemd (clou 2). En dan aan het eind is er Almeira, die de kenmerken heeft van Rachels Rokje, die als een Deus ex machina intervenieert, die hem ook wel wat lijkt (clou 3). Dan is het niet gek om achter Elan de door Jan Fontijn bewonderde Stendhal te zien, die ook uit het gebied de Doubs kwam (clou 4) naar de gelijknamige rivier die een grote rol speelt in Isi ‘s leven. Jan Fontijn, de professor en echtgenoot van Mutsaers, die in 2022 overleed.
In andere reviews die ik las (van NRC Thomas de Veen, ‘Dwalen om het dwalen’, in De Groene Christiaan Weijts ‘Mansplainer en het meisje’) schuwen beide critici de verwijzing naar een biografisch element, maar wat nu als Mutsaers dat zelf doet (weliswaar literair) met haar rokje? Een interview van Arjen Fortuin met Charlotte Mutsaers in NRC begin januari 2026 biedt ook geen soelaas, behalve dat het interview gaat over de vroegere beleving van Charlotte Mutsaers en haar man Jan Fontijn met het verdwalen in zo’n bos terwijl ze fanatiek paddestoelen rapen. Het verhaal is volgens Mutsaers geschreven zonder vooropgezet plan, en zo doet het ook wel aan, associatief en daardoor met betekenissen die steeds wat worden omgebogen.
Wat is nu de functie van het vermoorden van Isi’s vrouw, de irritatie in het huwelijk, de ongelijkheid in aandacht voor het dwalen, dat zelf toch niet? Eigenlijk streeft Isi alleen nog naar het doel lief te hebben en liefgehad te worden. De zachtaardige die zijn leven wel wil veranderen maar niet zomaar kan. Dat is blijkbaar een sprong die de schrijver niet zomaar kan overbruggen. Het gaat er ook meer om wat Isi dan eigenlijk wil.
Een andere afslag te pakken, een alternatief levenspad. Van zijn huwelijk wordt dan een cliché gemaakt, de professor met de jongere vrouw die juist carrière wil maken via de directe weg; lees dan dat Isi na 10 jaar huwelijk de knoop doorhakt om meer zich zelf te kunnen zijn, hoewel dat met een visie gepaard gaat van zonder pardon iemand verkrachten en vermoorden. Dat kan dan blijkbaar allemaal wel geaccepteerd worden ‘als fictie’ van een onschuldig lam, er moet immers geleden worden wil men verder geraken. En voor ‘het zachtaardige afpakken’ krijgt zijn vrouw dan de schuld. Helaas valt dat niet meer onder ‘dwalen’.
Ik las het boek dan toch maar als een vernieuwend zetje aan de door de schrijver bewonderde Isi, waarbij ergens een afslag is genomen in zijn leven, een leven wat hij zelf als ongeaccepteerd persoon moest dragen. Hier is het hoofdstuk 1 uit deel 3 van toepassing, waar hij en de schrijver klagen over zijn eenzaamheid, het gebrek aan ruggesteun. Er is waardering geweest voor zijn prestaties, maar nog niet voor zijn persoon (ook op P 237 verwoord). Dat is de hele crux van het verhaal. De sexuele persoon dan, die nooit ‘uit de kast kwam’ wat hij een verschrikkelijke term vond. De zachtaardige, die van de schrijver wel meer pit kreeg in zijn moorddadige gedrag, de enige manier om uit de schulp te komen lijkt het. Het is wederom een ‘use your illusion’ uit Koetsier Herfst om uit de hulpeloosheid te geraken. Al wordt het hier gebracht als een ‘embedded’ zijn, de onveranderlijke vorm waarin de rivier stroomt, een groot symbool in dit boek.
Wat die rivier betreft, is de Doubs de ‘Liefde’ van Isi, nadat hij erdoor opgenomen is geweest als 18 jarige op een vakantie met zijn ouders. Er wordt een poging gedaan daar nog wat mooiers van te maken, maar in feite is de rivier in het boek opgedroogd. De hele bron van ontreddering lijkt er in te zitten, en Isi heeft het blijkbaar niet gezien dat de rivier droog staat, zegt Elan later. De rivier is voor Isi wat het skateboard voor Elan is, een vervanging van een deel van zijn persoon. Is het nu echt van belang, is dat idee van een surrogaatliefde of surrogaatzelf goed uitgewerkt ? Is dat het wat Elan en Isi aan het eind nog steeds nodig hebben? Water is wat Isi nog steeds door zijn handen wil laten gaan en waarmee hij zijn grote dorst wil lessen. Wat overigens in het begin van het boek een stelling in zijn proefschrift oplevert waarin de uitspraak van Heraclitus wordt betwijfeld, dat men niet twee keer in dezelfde rivier kan stappen, van de geciteerde filosoof die het Panta Rhei op zijn naam kreeg. Het gaat volgens die stelling niet om de verandering die het begrip rivier maakt maar om de authenticiteit, staat er dan. Dus niet het water maar de bedding die de rivier draagt. Een mild verzet dan maar van mij, de uitspraak van Heraclitus moet niet letterlijk genomen worden en wil alleen maar de idee van continue verandering illustreren, aan de stroming van de rivier waarbij het water nooit hetzelfde water is (en aan de persoon die ook verandert).
Het verhaal van het verdwenen mes is een beetje vreemd. Het wordt uit de broekzak van Isi gehaald door een man die daar ‘s nachts rondloopt en Elan erkent de volgende dag dat hij ‘s nachts heeft rondgelopen in het Metabief bos dat hij als zijn broekzak kent. De volgende dag vindt de altijd zo kritische Isi daar niets van, en gedraag zich als een opportunist. Ook de intelligente Elan vindt er vervolgens niets meer van dat zijn mes kwijt is als Isi een afleidingsmanoeuvre uitvoert door te wijzen op het ontbreken van Elans skateboard. Dat is allemaal niet zo geloofwaardig en had vermeden kunnen worden, althans de functie van dat rare mes ontging me.
De keuze van het kinderliedje ‘k moet dwalen’ is mooi, er komt een springer in voor die in de kring moet gaan staan. De aandacht is nu op de persoon gericht. Waarschijnlijk is daar zijn achternaam Waldorf van, vanwege de associatie met de Vrijeschool van Rudolf Steiner (ook wel Freie Waldorfschule genaamd die al bestonden en opgezet waren door de sigarettenfabriek Waldorf-Astoria, om kinderen van fabrieksarbeiders en directeuren bij elkaar in de klas te zetten) waar dit lied in de kleuterklas gezongen wordt, zoals Christiaan Weijts schrijft. Het Walden van Frederik van Eeden komt ook in de buurt.