Lezersrecensie

Een thriller die geen thriller is


Kees van Duyn Kees van Duyn Hebban Team
10 mrt 2021

In 1999 publiceerde Stephen Chbosky de Young Adult The perks of being a wallflower (De belevenissen van een muurbloem, 2011), een semi-autobiografische roman die in de Verenigde Staten veel opschudding veroorzaakte en vanwege de thema’s tienerseksualiteit en drugsgebruik op veel scholen verboden werd. Van de roman zijn wereldwijd inmiddels meer dan twee miljoen exemplaren verkocht en in 2012 is het verfilmd. Twintig jaar later verscheen zijn laatste boek, de thriller De denkbeeldige vriend, waar hij tien jaar eerder al aan begonnen was. Behalve auteur is hij tevens scenarioschrijver en regisseur.

Om aan de zoveelste gewelddadige relatie te ontsnappen, is Kate Reese met haar zevenjarige zoon Christopher gevlucht. Ze komen terecht in het afgezonderde dorpje Mill Grove in Pennsylvania. Wanneer ze daar de rust vinden die ze nodig hebben, verdwijnt Christopher plotseling. Na zes dagen wordt hij langs de snelweg aan de rand van het bos gevonden. Lichamelijk is er niets met hem aan de hand, toch blijkt hij te zijn veranderd. Hij hoort een stem in zijn hoofd die hem opdraagt een boomhut in het bos te bouwen. Lukt hem dat niet, dan zal niets en niemand in het dorp meer hetzelfde zijn.

Wat zegt de proloog, die zich vijftig jaar eerder afspeelt en waarmee De denkbeeldige vriend begint, over de rest van het verhaal? Eigenlijk niets. Behalve dat het destijds verdwenen en nooit meer teruggevonden zevenjarige jongetje als een soort rode draad door het verhaal verweven is. En misschien ook dat dan al duidelijk is dat Chbosky er een bijzonder beeldende schrijfwijze op nahoudt. Wat deze inleiding daarentegen wel doet, is ervoor zorgen dat de lezer nieuwsgierig wordt. De eerste hoofdstukken blijft dit gevoel aanhouden, overigens zonder dat er aantoonbaar spanningsveld is.

Vanaf het vierde deel, het boek heeft er zeven, wordt het echter anders. De nieuwsgierigheid van de lezer verdwijnt en gaat geleidelijk over in ongeloof. Het verhaal wordt mysterieus en neigt vaak naar het bovennatuurlijke. Dit hoeft in principe geen bezwaar te zijn, maar de makke hierbij is dat de ongeloofwaardigheid zienderogen toeneemt. De auteur tovert de meest onwaarschijnlijke, onwerkelijke en bizarre situaties uit zijn hoge hoed en de structuur die er tot dan nog was, verdwijnt grotendeels. We zijn nog niet eens op een derde van het omvangrijke boek.

De beeldende manier van schrijven van Chbosky is hiervoor al gememoreerd, maar daarnaast is het bij vlagen ook kinderlijk en simpel. Er zijn passages waarin het lijkt alsof hij het boek voor een andere doelgroep geschreven heeft dan (jong) volwassenen. Toch is dit absoluut niet het geval, dat bewijst de verhaallijn wel. Daaruit kan worden opgemaakt dat de auteur een groot liefhebber van horror is en Stephen King als zijn grote voorbeeld en inspirator ziet. Hij weet het niveau van de ‘grote meester’ bij lange na niet te benaderen. Daarvoor is de spanning te ondermaats, valt hij te veel in herhaling, is hij soms te gedetailleerd en haalt hij alles wat denkbaar en niet denkbaar is uit de kast. Wat dat laatste betreft is het dus vaak té overdadig.

Het verhaal wordt voornamelijk verteld vanuit het perspectief van de zevenjarige, aanvankelijk dyslectische Christopher, maar hij denkt, doet en spreekt alsof hij vele jaren ouder is. Iets dat overigens ook opgaat voor een paar personages die eveneens van zijn leeftijd zijn. Echt aanspreken doen ze trouwens geen van alle, ook de volwassenen niet. Dat doet De denkbeeldige vriend overigens ook niet. De spanning is ver beneden de maat, het gaat door voor thriller, terwijl de elementen die daarbij horen volledig ontbreken en de paar inconsequenties die in het verhaal voorkomen, moeten maar geweten worden aan een slordigheid.

Reacties

Meer recensies van Kees van Duyn

Boeken van dezelfde auteur